Een miljoenenbod dat hij niet kon – of juist wél – weigeren
Stel je voor dat er iemand aanbelt met de vraag of hij je huis of land mag kopen voor 15 miljoen dollar. Veel mensen zouden geen seconde twijfelen. Voor de 86-jarige Amerikaanse boer Mervin Raudabaugh woog iets anders zwaarder dan een extra rij nullen op zijn bankrekening: zijn gevoel voor verantwoordelijkheid en ethiek.
Hij kreeg een aanbod van een groot technologiebedrijf uit Silicon Valley om een datacentrum op zijn akkers te bouwen. De prijs: 60.000 dollar per acre, omgerekend grofweg 137.000 euro per hectare, met een totaalbedrag van zo’n 13 miljoen euro. Toch zei hij nee.
Zijn reden was simpel en tegelijk veelzeggend: hij wilde niet dat zijn twee boerderijen zouden worden vernietigd. Volgens hem leverde hij economisch gezien niet eens een groot offer, want geld was niet het belangrijkste waar het hier om draaide.
Hoe hij toch 2 miljoen verdiende zonder zijn land op te geven
In plaats van zijn grond volledig te verkopen voor een datacentrum, koos Raudabaugh voor een constructie waarmee hij zijn land beschermt, ook voor de toekomst. Hij verkocht de commerciële ontwikkelingsrechten van zijn akkers aan een natuurbeschermingsfonds voor ongeveer 2 miljoen dollar.
Dat betekent dat:
- hij eigenaar van de grond blijft,
- er geen grote techbedrijven meer op kunnen bouwen,
- en een stichting het beheer en de landbouw op zich neemt om de agrarische functie van het gebied te behouden.
Zo zorgt hij ervoor dat de landbouw in de regio doorgaat, ook als hij er zelf niet meer is. Zijn akkers blijven akkers, in plaats van te veranderen in een zee van beton, staal en servers.
Datacentra versus landbouwgrond
Datacentra hebben enorme oppervlaktes nodig. Naarmate er meer digitale diensten, cloudopslag en AI-toepassingen bijkomen, groeit de vraag naar geschikte locaties voor deze gebouwen. Grote technologiebedrijven bieden daarom vaak opvallend hoge bedragen voor stukken landbouwgrond.
In het geval van deze boer in Pennsylvania ging het om een uitzonderlijk hoge prijs per hectare. Ter vergelijking: in sommige regio’s liggen landbouwprijzen tussen grofweg 9.000 en 30.000 euro per hectare, afhankelijk van of het om akkerbouwland (droogtegevoelig) of irrigatieland gaat. Het bod dat Raudabaugh kreeg lag daar ver boven, juist omdat de grond interessant was voor een datacentrum.
Voor techbedrijven is dat een investering in hun digitale infrastructuur. Voor boeren is het vaak een keuze tussen snel veel geld of het voortbestaan van hun manier van leven én het landschap.
Waarom sommige boeren toch voor behoud van land kiezen
Voor mensen die hun hele leven van het land hebben geleefd, is de waarde van grond meer dan alleen financieel. Het gaat om traditie, familie, natuur en voedselproductie. In dat licht worden zelfs astronomische bedragen minder overtuigend.
Bij oudere boeren speelt bovendien mee dat ze “niets meer te verliezen” hebben in de strijd met grote bedrijven: hun prioriteit ligt vaker bij wat ze nalaten aan kinderen, kleinkinderen en de omgeving. Door hun land niet op te geven voor intensieve, energie- en waterslurpende datacentra, hopen ze problemen rond waterschaarste en hoge energiekosten voor hun familie te beperken.
Voor Raudabaugh woog dat alles zwaarder dan 13 miljoen op de bank. Door zijn keuze:
- blijft het landschap agrarisch,
- blijft de landbouwfunctie behouden,
- en heeft hij toch een aanzienlijk bedrag ontvangen via het natuurbeschermingsfonds.
Zijn verhaal laat zien dat “winst” niet altijd hetzelfde betekent als het hoogste bod accepteren, maar ook kan gaan over wat je bewust níet verkoopt.
